Blunderspecial (1)

Omdat we het niet kunnen laten overlopen we nog enkele markante blunders van het afgelopen BK. Zo zien we dat schaken een moeilijk spel blijft, ook voor de elite van België!

In volgorde van makkelijk naar moeilijk:

OPGAVE 1 : Geirnaert Steven – Arno Sterck (erg makkelijk)

1rbb1rk1/6pp/p2p1n2/2qP1p2/2PNpP2/RP2B1PP/3Q2B1/5RK1 w - - 0 1

Arno eindigde een schitterend BK met de grafzet Dc5??. Hier zijn de dubbele vraagtekens meer dan op zijn plaats. Waarom?

OPLOSSING OPGAVE 1

OPGAVE 2: Stefan Beukema – Pieter Claesen (makkelijk)

2r2q1r/pk1b4/1p2pp2/n2p1n1p/PRpP3P/2P2B2/2P2PPQ/1NB1R1K1 b - - 0 1

Stefan speelde zonet Lc1?, hoe kon Pieter Claesen profiteren?

OPLOSSING OPGAVE 2

OPGAVE 3 : Tom Piceu – Stefan Docx (iets moeilijker, goeie rekentest)

3r2k1/p4p2/8/NR3n2/4qP1p/4P2P/P2B1QP1/2b3K1 w - - 0 1

Zwart heeft wit uitstekend onder druk weten te zetten en met zijn laatste zet (Lc1) wil hij na slaan van wit (Lxc1) de witte koning insluiten via Td1+ en Pg3 (gevolgd door Th1 mat). Kan wit hier iets aan doen?

OPLOSSING OPGAVE 3

OPGAVE 4 : Pieter Claesen – Mher Hovhanissian (moeilijker, rekenen + eindspelkennis)

8/8/4kb2/2Bnp2p/4N2p/5K2/6PP/8 w - - 0 1

Wit heeft al een tijdje een lastige stelling, daarbij is Mher nogal volhardend in zijn pogingen er iets van te maken. Na lang aandringen heeft hij een pion gewonnen, maar is die iets waard met de zwarte dubbelpion? Door nauwkeurig rekenwerk kan wit remise maken, hoe?

OPLOSSING OPGAVE 4

OPGAVE 5 : Tom Piceu – Stefan Beukema (erg moeilijk of heel gemakkelijk, afhankelijk van je eindspelkennis!)

8/7p/8/7P/3BknP1/2p1P3/4K3/8 w - - 0 1

We eindigen met de moeilijkste opgave waarbij wat eindspelkennis vereist is!

Het begin van deze partij zagen we al in onze eerste zomerspecial, nu zien we het einde. Zwart heeft wat problemen door zijn pion achterstand en speelt nu zijn troefkaart Pf4+ uit. De vraag bij de opgave is of wit het paard kan slaan? Als zwart dan de loper slaat (Kxd4), lopen de witte pionnetjes door wat een makkelijke winst is.  Maar zwart is van plan om op exPf4 niet de loper op d4 te slaan maar wel de pionnetjes op f4 (en g4).

Kan wit winnen na de voortzetting: 1.exf4-Kxf4 2.h6-Kxg4 3.Lxc3-Kg5 4.Lg7 ?
Wit heeft namelijk de goeie loper (kleur van de hoek).

De blunder van wit komt in deze opgave trouwens pas later!

OPLOSSING OPGAVE 5

Zomerspecial (2)

In de tweede zomerspecial nemen we de Belgische kampioen, Mher Hovhanissian, onder de loep. Mher heeft een eerder strategische speelstijl. In tegenstelling tot de partijen van Stefan Beukema, zoekt Mher gesloten stellingen op om die te winnen door zijn betere kennis. Daarnaast is hij ook een aartsgevaarlijke tacticus, die van de kleinste kansjes weet te profiteren. Genoeg ingrediënten om enkele malen Belgisch kampioen te worden!

Opgave 1
Ronde 2 Gorik Cools – Mher Hovhanissian

1rb1qrk1/p1b3pp/2n2p2/2p1P3/2PpP3/3P2PN/P3Q1BP/R1B2RK1 b - - 0 1

Zwart zit wat verder in zijn tegenspel doordat hij de b-lijn geopend heeft. Wit is op zoek naar tegenspel op de koningsvleugel en probeert daarmee het centrum open te gooien. Hoe neemt zwart terug op e5 en waarom?

OPLOSSING OPGAVE 1

Opgave 2
Ronde 5 Mher Hovhanissian – Adrian Roos

r2q1rk1/pb4bp/1p1pppp1/2p2P2/2PnP3/2NPBBP1/PP1Q3P/R4RK1 w - - 0 1

Zwart heeft net de paarduitval Pd4 gespeeld. Hoe profiteert wit?

OPLOSSING OPGAVE 2

Opgave 3
Ronde 6 Arno Sterck – Mher Hovhanissian

r3k2r/p1pqnpp1/np2p3/3pP1Bp/3P1N1P/P1P5/2P2PP1/R2QK2R b kq - 0 1

Deze stelling is ontstaan uit een gekend variantje in het Frans wat ook in het repertoire van wereldkampioen Petrosian stond (niet toevallig, net als Mher ook een Armeniër). Ondertussen valt wit h5 aan, hoe reageerde Mher hier op?

OPLOSSING OPGAVE 3

Wat onthouden we van bovenstaande opgaves?
– Bij de strategische opbouw van onze partij is het belangrijk onze stukken naar de beste (lees: meest natuurlijke) velden te spelen. In de eerste opgave komt het paard naar e5 omdat het daar het meest actief is (en d3 aanvalt).
– Zoek de zwakste plek in de stelling! Bij opgave 1 was dat pion d3 en de b-lijn, bij opgave 2 was dit pion d6. Bij opgave 3 was dit Ke1 die geen veilig onderkomen had. Daardoor kon zwart gerust een pion offeren om de stelling te openen.
– Wees tactisch alert! Eens de positie is opgebouwd en je voelt aan dat je stelling superieur is, dan komen tactische wendingen spontaan opduiken. Aan jou om ze te vinden!

Zomerspecial (1)

Bij het naspelen van de partijen van de elite van het afgelopen BK georganiseerd te Niel, viel me op dat de verschillende deelnemers dikwijls een erg verschillende speelstijl hebben. In deze zomerspecial (deel 1) laat ik jullie even meezoeken bij enkele beslissingen genomen door Stefan Beukema, de meest dynamische deelnemer bij de elite.

Vaak is zijn keuze niet de topkeuze van de engine, toch blijkt in het vervolg van de partij dat net die voortzetting de grootste problemen oplevert voor de tegenstander.

Opgave 1 uit ronde 2: Steven Geirnaert – Stefan Beukema

r2q1rk1/bpp3pp/p2ppnn1/4p3/P2PP3/1QP2N1P/1P1N1PP1/R1B1R1K1 b - - 0 1

Na de opening krijgen we volgende stelling op het bord. Wit valt twee zwaktes aan van zwart, mn. e6 en b7. Wat speelt Stefan en wat is het onderliggende idee?

OPLOSSING
OPGAVE 1

Opgave 2 uit ronde 6: Tom Piceu – Stefan Beukema

r3q1rk/1Q1b2bp/n1p2np1/4pp2/P1P5/B1N1PN2/4BPPP/R4RK1 b - - 0 1

Zwart is hier wat onder de voet gelopen op de damevleugel waar hij een pionnetje heeft moeten inleveren. Zo erg zal Stefan dit niet gevonden hebben, want hij had ongetwijfeld volgend tegenspel in gedachten. Hoe gaat zwart verder?

OPLOSSING
OPGAVE 2

Opgave 3 uit ronde 7: Stefan Beukema – Alexander Dgebuadze

r3b1k1/pp2n1p1/2n1pr1p/q2pN2Q/2pP4/P1P5/2PBBPPP/R4RK1 w - - 0 1

De GM achter de zwarte stukken is zonder problemen de opening uitgekomen en speelt ondertussen zijn ‘slechte’ witveldige loper om naar betere oorden. Daarbij zit de vervelende dreiging Pxd4 in de stelling want als wit terugslaat hangt Ld2. Hoe speelde Stefan dit verder?

OPLOSSING OPGAVE 3

Wat onthouden we van bovenstaande opgaves?
– Het kan interessant zijn een pionnetje te offeren voor initiatief! Als de tegenstander een pionnetje van ons aanvalt is het een goeie reflex te kijken wat de mogelijkheden zijn als we die pion gewoon geven.
– Een goeie vuistregel is de vergelijking te maken tussen het aantal aanvallers en verdedigers. Hebben wij meer houtjes in de aanval dan er verdedigers zijn, dan komen de tactische wendingen vanzelf.
– Vertrouw op je intuïtie en toon wat lef! Ondernemend schaak wordt namelijk vaak beloond!

Toren en twee randpionnen versus toren

Tijdens de clubavond van vorige week kwam tijdens een blitzpartijtje tussen Brecht (met wit) en mezelf plots volgend eindspel op het bord.

8/r5k1/8/8/1R6/5K1P/6P1/8 w - - 0 1

Mijn opmerking dat dit niet zo evident te winnen was voor Brecht werd door RJ weggelachen, maar even later kwamen we in volgende stelling en bleek de winst effectief weg!

7k/r4K1P/5R2/6P1/8/8/8/8 w - - 0 1

Silman catalogeert dit eindspel in zijn boek Silman’s Complete Endgame Course (een aanrader, kopen die handel!) onder te kennen eindspelen voor spelers tussen 1600 – 1800 elo.
Groot was mijn verbazing toen ik gisteren in het Nederlands Kampioenschap exact dit eindspel op het bord zag komen tussen Anna-Maja Kazarian (2253) en Anne Haast (2266). Nog groter was mijn verbazing om te zien hoe de witspeelster dit eindspel compleet mishandelde waardoor het remise werd (ze zal wel tijdnood gehad hebben, maar toch).

Hoe kan wit dit eindspel tot een goed einde brengen? Ik baseer me op Silman’s boek voor onderstaande analyse.

8/5k2/8/3R3P/5r2/8/6PK/8 w - - 0 1

FASE 1: Teamplay

In een eerste fase spelen we pionnen en koning naar voor. Hierbij geldt als regel dat we pionnen en koning samen opspelen. Zo kan de koning schuilen en verdedigen de pionnetjes elkaar.

In bovenstaande stelling staat de witte pion voor de rest. We gaan dus eerst onze koning en g-pion opspelen om samen 1 blok te maken.

FASE 2: Een-tweetje tussen toren en koning

Eens we de zwarte koning hebben teruggedrongen op de achterste lijn beginnen we aan de tweede fase.

7k/4R3/7P/2r3PK/8/8/8/8 w - - 0 1

Te7! is de belangrijkste zet die wit moet onthouden en degene die RJ/Brecht niet vonden. De ideeën van deze zet zijn:
– Wit kan zijn koning naar f7 brengen en dan houdt Te7 mogelijke schaakjes op de 7e lijn tegen
– Soms gaat de koning naar f6 en op een schaakje op de 6e lijn kan dan Te6
– Eens de g-pion op g6 raakt, zal wit mat dreigen. Om dit te stoppen moet zwart zijn toren op de onderste rij plaatsen. Wit wint dan door zijn koning naar f7 of d7 te spelen en torens te ruilen via Te8+. Het overblijvende eindspel is elementair gewonnen.

Geen paniek als dit allemaal wat ingewikkeld lijkt! Als je het winnende plan enkele keren naspeelt zal het snel duidelijk worden, en opmerkelijk makkelijk om uit te voeren.

Samenvatting

Bovenstaande analyse lijkt misschien behoorlijk complex, maar als we stap-voor-stap het winnende proces analyseren valt dit vrij goed mee.

– Speel samen je pionnetjes op, zo heeft de koning altijd een schuilplaats en kunnen blokkades vermeden worden. Speel vooral niet 1 pion op zonder ondersteuning!
– Let er op dat koning en pionnen dicht bij elkaar zijn. Er is namelijk teamspirit nodig om iets te bereiken (dit geldt niet alleen in schaken!)
– Zorg ervoor dat je koning kan schuilen voor schaakjes!
– Geduld is een schone deugd. Het goeie plan is de zwarte koning traag achteruit te duwen onder bovenstaande voorwaarden.
– Eens de koning op de achterste lijn geduwd is, moet de witte toren wat dichter bij de pionnetjes geplaatst worden (hier e7)

Daarna is het plan:
– Beide pionnen op de 6e lijn krijgen (zodat de zwarte toren de onderste lijn tegen mat moet verdedigen
– De koning naar de 7e lijn brengen, gezien onze toren daar ook staat zijn we ingedekt tegen schaakjes
– Geef schaak op de onderste lijn zodat torens geruild worden. Het overblijvende eindspel is ‘baby stuff’ volgens Silman, tenminste als je de eerdere hoofdstukken in zijn boek gelezen hebt!
Warning! Let vooral op met het opspelen van de pion naar h7. Enkel als je 100% zeker bent dat de vele pattrukjes vermeden zijn, kan dit gedaan worden.

Met dit alles in gedachten speel je best nog eens dit eindspel na, waarna alles een stuk duidelijker zal worden.

(UPDATE) Analyse Frederic – Jan

Afgelopen donderdag speelden Jan en ikzelf met het oog op de titel, een belangrijke match in het KK. Beiden wilden we de partij vanzelfsprekend winnen. In dit artikeltje ga ik wat dieper in op het zwaar beladen strategische duel wat de partij werd. Doorstaat onze partij een grondige analyse?

Na de opening kregen we volgende dichtgeschoven pionnenstructuur op het bord. Ik zet er voor de duidelijkheid geen stukken bij want het zijn de pionnetjes die het spel bepalen.

8/5ppp/4p3/pp1pP3/2pP4/2P5/PP3PPP/8 w - - 0 1

Volgens de theorie van de pionnenstructuren dienen deze aangevallen te worden aan de basis. De witte structuur heeft bijgevolg b2 als basis, voor zwart begint die op f7. In het vervolg gaan we allerlei manieren zien waarop wit en zwart deze stelling kunnen spelen, maar een goede strategie heeft altijd een aanval van deze basis in gedachten.

UPDATE
Ik werd erop gewezen dat mijn theoretische kennis over pionnenstructuren verkeerd is. De basis bij bovenstaande structuur voor wit is namelijk d4 en voor zwart e6.
Zie wat ‘Het Middenspel 1 (Euwe-Kramer)’ hierover te zeggen heeft:
“Nimzowitsch komt de eer toe te hebben ontdekt dat men een pionnenketen bij de basis moet aanvallen. In dit geval is e6 de basis van de zwarte formatie. Daarentegen is d4 de basis van wits pionnenstelling. De conclusie ligt derhalve voor de hand, dat zwart zijn kant moet aansturen met de opmars c7-c5, gevolgd door ruil op d4 waarmee de c-lijn geopend wordt, of door c7-c5-c4 met de bedoeling de b-lijn te openen door b7-b5-b4. Zwart beschikt nog over een tweede manier om een torenlijn te openen, nl. de zet f7-f6. Dit middel is echter maar zelden goed, omdat na e5xf6 zwart e-pion zeer zwak kan worden.”
Met dank aan Mark Dechamps voor de rechtzetting!

Speel eerst even de partij na met kort commentaar van hetgeen ik dacht tijdens de partij. Voorlopig geef ik nog geen oordeel bij de gespeelde zetten.

Eerste analyse : Frederic – Jan

Ok, dat zag er allemaal vrij logisch uit van beiden maar was het ook enigszins correct gespeeld? Na de partij had ik een aantal vragen:
– Was mijn witte plan met Pg5/Ph3/h4/h5 gevolgd door f4 correct?
– Was de zwarte tegenreactie met f5 goed?
– Moest ik iets tegen de zwarte aanval op de damvleugel doen? Bv a3 of b3 of zelfs a4?
– Had zwart sneller b4 moeten doen?

Thuisgekomen zocht ik in mijn database alle partijen op met minimum 1 speler +2500 waarbij bovenstaande pionnenstructuur (met witveldige lopers geruild) op het bord kwam. Daarbij kwam ik tot volgende conclusies:

Adams – Nguyen is een modelpartij waarbij Adams toont hoe wit succesvol zwart onder druk zet. Adams speelt ongeveer het witte plan van onze partij maar is veel efficiënter (geen Pg5/Ph3 – geen tijdverlies Tf1). Ook is a4 met activatie van de toren een uitstekend idee.

Met Bartosz Socko (+2600) treffen we een speler aan die de zwarte zaak verdedigt. Zie Sowray – Socko en Fargere – Socko waarbij wit te traag is en onder de voet wordt gelopen. Het is opvallend dat hij zich met f5 verdedigt als het te heet onder de voeten wordt. De partij Womacka – Socko lijkt wat op deze van Jan en mij.

Na deze partijen te bekijken is het interessant om terug te keren naar mijn partij tegen Jan om onze opgedane kennis erop los te laten. Blijft er nog iets over van de strategie die we gevolgd hebben?

Tweede analyse : Frederic – Jan

Voor de geïnteresseerden heb ik nog een overzichtje gemaakt (met licht commentaar) van alle partijen die ik vond met deze structuur.

Partijen +2500

Vóór mijn analyse was ik bevooroordeeld dat deze structuur zeker beter moest zijn voor wit, nu ben ik daar niet meer zo zeker van. De score van wit op +2500-niveau is ook niet hoger dan wat van hem verwacht is (56%). Wel lijkt het me een verschil te maken of wit de dame onmiddellijk naar g4 kan spelen of niet. In het eerste geval kan wit snel druk zetten met een plusje, in het tweede geval heeft zwart minder problemen. De partij tussen Jan en mij is een mooi voorbeeld dat we niet echt goed begrepen wat we deden. Hopelijk doen we dat de volgende keer wel!